Autisme in het sportteam

Mensen zeggen wel eens: “Een autist heeft geen vrije tijd, alleen lege tijd.” En lege tijd is niet prettig, want dat is onvoorspelbaar. Let op: er is geen kant-en-klare methode voor de begeleiding van mensen met autisme! Ieder mens met autisme verdient een aanpak die past bij zijn of haar persoonlijkheid! Tips wanneer iemand met autisme bij u op de sportclub zit:
  • Laat een persoon met autisme (en zijn begeleider) gebruikmaken van de speciale mogelijkheden voor gehandicapten; dat geeft rust.
  • Contacten met leeftijdgenoten zijn belangrijk, maar lastig te leggen.
  • Ook spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen is lastig. Houd daar rekening mee.
  • Het starten van een activiteit kan lastig zijn; help mensen met autisme daarbij.
  • Bereid iemand met autisme voor op het stoppen van de activiteit. bijvoorbeeld door dat vijf minuten van tevoren te melden. Stop dan ook écht na vijf minuten!
  • Er worden natuurlijk geen wonderen van begeleiders verwacht. Maar het helpt al als u de eigenschappen van de persoon met autisme kent.
  • Gedragsproblemen komen nooit voort uit onwil, maar uit onmacht.
  • Mensen met autisme hebben niet snel een vertrouwensband met hun begeleider. Neem vooral een neutrale houding aan en heb niet te hoge verwachtingen.
  • Gebruik duidelijke spelregels.
  • Houd u aan gemaakte afspraken.
  • Als het gedrag van het teamlid u niet bevalt, leg dat dan rustig uit. Word niet boos: dat heeft geen zin én werkt alleen maar averechts.
  • Herhaal een aantal lessen lang de uitleg en instructies, zonodig met visuele hulpmiddelen. Probeer het zo te regelen, dat andere kinderen eerst aan de beurt komen. Dat kan een belangrijke voorbeeldfunctie opleveren.
  • De aanwezigheid van ouders tijdens de activiteit kan (tijdelijk) nuttig zijn, bijvoorbeeld in het begin of bij een verandering.